Bekijk hier de voorgaande verslagen:

Algemene toelichtingen

Algemene grondslag voor het opstellen van de duurzaamheidsverklaring (BP-1)

Galapagos NV is een naamloze vennootschap naar Belgisch recht, met maatschappelijke zetel te Generaal De Wittelaan L11 A3, 2800 Mechelen, België. In de toelichting bij de geconsolideerde duurzaamheidsverklaringen omvatten verwijzingen naar “wij”, “ons”, “de groep” of “Galapagos” Galapagos NV samen met haar dochterondernemingen. De reikwijdte van dit verslag en de daaropvolgende financiële en duurzaamheidsverklaringen zijn identiek aan en geconsolideerd op het niveau van Galapagos NV, wat betekent dat de informatie uitsluitend betrekking heeft op Galapagos en – voor zover beschikbaar – haar waardeketen. Geen enkele dochteronderneming is vrijgesteld van geconsolideerde duurzaamheidsverklaringen overeenkomstig artikel 29a van Richtlijn 2013/34/EU. Voor een lijst van geconsolideerde ondernemingen verwijzen we naar toelichting 34 van de jaarrekening.

De duurzaamheidsverklaring geeft een overzicht van onze aanpak voor het identificeren en rapporteren van onze materiële duurzaamheidsthema’s voor het boekjaar 2025. Bij het opstellen van de duurzaamheidsverklaring hebben we rekening gehouden met de verwachtingen van onze stakeholders om ervoor te zorgen dat de voor hen als materieel geïdentificeerde thema’s aan bod komen. We hebben een dubbele materialiteitsanalyse uitgevoerd voor de hele waardeketen. Bijgevolg heeft deze duurzaamheidsverklaring betrekking op zowel upstream- als downstream-impact, risico’s en kansen (Impact, Risks, Opportunities, IROs). Een overzicht van onze waardeketen vindt u hier.

Er is geen relevante informatie weggelaten uit de verklaring, met uitzondering van informatie met betrekking tot intellectuelle eigendom vanwege het vertrouwelijke en gevoelige karakter ervan, in overeenstemming met ESRS 1 sectie 7.7.

De opname van informatie en gegevens in de duurzaamheidsverklaringen is geen aanwijzing dat dergelijke informatie of gegevens, of het onderwerp van dergelijke informatie of gegevens, voor ons van materieel belang zijn in het kader van de van toepassing zijnde effectenwetgeving of anderszins. De principes die zijn gebruikt om te bepalen of informatie of gegevens in dit rapport moeten worden opgenomen, komen niet overeen met de principes van materialiteit of openbaarmaking in de effectenwetgeving van de Verenigde Staten (VS) die worden gebruikt om te bepalen of openbaarmakingen moeten worden gedaan in deponeringen bij de Amerikaanse Securities and Exchange Commission (SEC), of principes die van toepassing zijn op het opnemen van informatie in jaarrekeningen.

Rapportage met betrekking tot specifieke omstandigheden (BP-2)

Strategische reorganisatie

Tijdens boekjaar 2025 hebben we een ingrijpende organisatorische verandering ondergaan. Ten eerste maakten we op 8 januari 2025 bekend dat we onze programma’s voor de ontdekking van kleine moleculen zouden stopzetten en onze activiteiten zouden reorganiseren om ons te concentreren op het creëren van langetermijnwaarde in celtherapie in de oncologie. Vervolgens werd op 21 oktober 2025 bekendgemaakt dat we van plan waren onze activiteiten op het gebied van celtherapie af te bouwen na een uitgebreide strategische evaluatie om de duurzaamheid op lange termijn van ons bedrijfsmodel en onze R&D-portefeuille te beoordelen. Deze evaluatie leidde tot de conclusie dat een strategische herpositionering nodig was om een veerkrachtiger en duurzamer pad voor toekomstige waardecreatie te waarborgen. Op basis van deze beoordeling heeft de Raad van Bestuur besloten om vanaf 2026 onze celtherapieactiviteiten af te bouwen en de activiteiten te heroriënteren op baanbrekende business development opportuniteiten, ondersteund door een gedisciplineerde kapitaalallocatie gericht op het opbouwen van een pijplijn van nieuwe therapieën die betekenisvolle voordelen voor patiënten en langetermijnwaarde voor aandeelhouders kunnen opleveren. De afbouw heeft gevolgen voor ongeveer 365 werknemers in Europa, de VS en China en leidt tot de sluiting van de vestigingen in Leiden (Nederland), Bazel (Zwitserland), Princeton en Pittsburgh (VS), en Shanghai (China).

Gebruik van schattingen, aannames en gegevensbronnen

De meeste kwantitatieve gegevens in dit verslag zijn rechtstreeks afkomstig uit onze systemen. Alle gegevens die via alternatieve methoden zijn verkregen, zoals schattingen of extrapolaties binnen onze waardeketen, worden duidelijk als zodanig geïdentificeerd en bevatten een zekere mate van schattingsonzekerheid. Voor de categorieën waarbij schattingen nodig waren, is de mate van onzekerheid bij het management over het geheel genomen laag, wat resulteert in een hoge mate van nauwkeurigheid. De basis voor de opstelling, de nauwkeurigheidsniveaus, de schatting van de onzekerheid van de resultaten en, indien van toepassing, de geplande maatregelen om de nauwkeurigheid te verbeteren en de onzekerheid in toekomstige jaarverslagen te verminderen, worden voor elk materieel onderwerp vermeld in de thematische hoofstukken van dit verslag.

Wijzigingen in de voorbereiding of presentatie van duurzaamheidsinformatie

Wat betreft onze berekeningen van de CO2-voetafdruk hebben we aanvullende gegevensbronnen meegenomen om de nauwkeurigheid te verbeteren. Als gevolg hiervan zijn de volgende herzieningen doorgevoerd met betrekking tot de gegevens voor 2024:

  • De bruto Scope 1-emissies voor het boekjaar 2024 zijn aangepast vanwege een fout in de berekening van de mobiele verbranding. Bovendien is de berekeningsmethode voor mobiele verbranding in het boekjaar 2025 verder verfijnd dankzij de beschikbaarheid van nauwkeurigere gegevens, en is deze methode met terugwerkende kracht toegepast op de gegevens van het boekjaar 2024. Het verschil tussen de cijfers die in het voorgaande jaar zijn gerapporteerd en de aangepaste vergelijkende gegevens is een stijging van 401 tCO2e.

  • De Scope 3-emissies voor het boekjaar 2024 onder “Verwerking van verkochte producten” zijn voor 2024 aangepast om de API-verkoop met betrekking tot Jyseleca® aan Alfasigma mee te nemen. Deze herziening resulteert in een stijging van 239 tCO2e ten opzichte van de cijfers die in het voorgaande jaar zijn gerapporteerd.

  • Het boekjaar 2024 “Brandstofverbruik van ruwe olie en aardolieproducten” is aangepast om een fout in de berekening van mobiele verbranding in het boekjaar 2024 te corrigeren en om een verfijnde berekeningsmethodologie voor mobiele verbranding weer te geven, die voortvloeit uit de beschikbaarheid van nauwkeurigere gegevens. We hebben deze verfijnde aanpak met terugwerkende kracht toegepast op het boekjaar 2024. Het verschil tussen de gerapporteerde gegevens van het voorgaande jaar en de aangepaste vergelijkende gegevens is een stijging van 1.692 MWh.

Voor onze informatieverschaffing inzake de EU Taxonomie hebben we een aangepaste aanpak gehanteerd in overeenstemming met de gewijzigde regels zoals bepaald in Verordening (EU) 2026/73 van de Commissie. De operationele kosten over het boekjaar 2024 zijn aangepast om de vergelijkbaarheid te waarborgen met de strengere definitie die dit jaar wordt toegepast (een daling van €169 miljoen). Meer informatie over deze aanpassingen is te vinden in het hoofdstuk over de EU Taxonomie in dit verslag.

Toegepaste tijdshorizonten in de dubbele materialiteitsanalyse

Met betrekking tot de tijdshorizonten die worden gebruikt in de dubbele materialiteitsanalyse, hanteren we de volgende definities:

  • korte termijn: < 3 jaar

  • middellange termijn: 3 – 5 jaar

  • lange termijn: > 5 jaar

Deze tijdshorizonten wijken af van deze vastgelegd in ESRS 1, paragraaf 6.4. Ze zijn vastgesteld tijdens onze materialiteitsanalyse van 2022 en zijn om redenen van continuïteit en vergelijkbaarheid gehandhaafd in latere updates in 2023, 2024 en 2025. We zullen overwegen om ons in toekomstige beoordelingen aan te passen aan de tijdshorizonten van ESRS.

Rapportage voortkomend uit andere wetgeving en duurzaamheidskaders

Deze duurzaamheidsverklaring bevat informatie die vereist is op grond van andere EU-wetgeving, met name de EU Taxonomieverklaring, en bevat ook vrijwillige inhoud die verwijst naar de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals) van de Verenigde Naties en de tien principes van het Global Compact van de Verenigde Naties, dat wij in 2023 hebben ondertekend. Deze elementen zijn opgenomen in een bijlage en zijn bedoeld als aanvulling op de ESRS-verklaring door te illustreren hoe onze materiële onderwerpen verband houden met geselecteerde SDG’s.

Gebruik van overgangsbepalingen

In overeenstemming met Bijlage C van ESRS 1 en de “Quick Fix”-wijziging van de Europese Commissie, en omdat het gemiddelde aantal werknemers tijdens het boekjaar niet hoger was dan 750, zijn we de overgangsbepalingen blijven toepassen voor ESRS S1 (eigen personeelsbestand) en ESRS S4 (consumenten en eindgebruikers). De specifieke overgangsbepalingen die werden toegepast, zijn terug te vinden in de Openbaarmakingsvereisten uit de ESRS die in de duurzaamheidsverklaring zijn opgenomen.

De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen (GOV-1), en informatie verschaft aan en omgang met duurzaamheidsthema’s door de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van de onderneming (GOV-2)

Tijdens de verslagperiode hadden we een multifunctionele Stuurgroep Duurzaamheid, bestaande uit verschillende medewerkers en leidinggevenden om een passende vertegenwoordiging van de hele organisatie te waarborgen. De Stuurgroep Duurzaamheid zorgde ervoor dat overwegingen op gebied van milieu, maatschappij en bestuur, met inbegrip van de daarmee samenhangende impact, risico’s en kansen, werden geïntegreerd in onze besluitvormings- en monitoringprocessen, waaronder die met betrekking tot de bedrijfsstrategie, belangrijke investeringen en prestaties. De Stuurgroep bestond uit leden van het senior management en experten uit belangrijke gebieden van onze activiteiten en duurzaamheidsthema’s, waaronder compliance, juridische zaken, financiën en inkoop, human resources, operations, investor relations en communicatie. De Stuurgroep Duurzaamheid kwam in de verslagperiode vier keer bijeen en richtte zich voornamelijk op het toezicht op de dubbele materialiteitsanalyse en de validatie van de resultaten daarvan. Tijdens de verslagperiode waren er geen specifieke doelstellingen voor duurzaamheid vastgesteld vanwege de strategische reorganisatie, zoals aangekondigd in januari 2025, en de daaropvolgende uitgebreide evaluatie van strategische alternatieven voor onze celtherapieactiviteiten. Bijgevolg heeft het Comité geen toezicht gehouden op het vaststellen van doelstellingen.

Het Directiecomité, dat regelmatig werd geïnformeerd door de Stuurgroep Duurzaamheid, behield tijdens de verslagperiode het gedelegeerde toezicht op duurzaamheidsgerelateerde effecten, risico’s en opportuniteiten, in overeenstemming met zijn verantwoordelijkheid uit hoofde van het Corporate Governance Charter voor het onderhouden van systemen voor het identificeren, beoordelen, beheren en monitoren van financiële en andere risico’s. Duurzaamheidsinitiatieven werden teruggeschroefd als onderdeel van de uitgebreide herziening van strategische alternatieven, zoals aangekondigd in mei 2025. Daarnaast hield onze Raad van Bestuur, ondersteund door de Auditcomité, toezicht op de duurzaamheidstoezichtstructuur en de strategie voor openbare bekendmaking met betrekking tot ESG-kwesties, in overeenstemming met ons Corporate Governance Charter.

Aangezien het merendeel van onze materiële duurzaamheidsthema’s inherent aansloot bij onze kernactiviteiten, waren de effecten, risico’s en daarmee samenhangende opportuniteiten, evenals de controles en procedures om deze te beheren, geïntegreerd in onze bestaande beleidsinfrastructuur, zoals beschreven in het hoofdstuk Comités van ons hoofdstuk Corporate Governance. Bovendien beschikken de leden van de Stuurgroep Duurzaamheid, het Directiecomité, het Auditcomité en de Raad van Bestuur (d.w.z. onze administratieve, leidinggevende en toezichthoudende organen) gezamenlijk over uitgebreide expertise die relevant is voor onze materiële duurzaamheidsthema’s. Dit omvat expertise op het gebied van wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling, strategie gerelateerd aan productportfolio, patiëntveiligheid en commerciële functies (toegang en betaalbaarheid), die allemaal centraal staan bij het ontwikkelen, goedkeuren en op de markt brengen van geneesmiddelen.

Deze diepgaande integratie zorgde ervoor dat duurzaamheidsoverwegingen tijdens de verslagperiode werden geïntegreerd in onze bestuurs- en besluitvormingsprocessen. Daarnaast hebben we, om ons toezicht nog verder te verbeteren, toegang tot externe deskundigen voor specifieke gebieden, zoals CO2 accounting en duurzaamheidsrapportering, waardoor we onze interne kennis konden aanvullen met gespecialiseerde inzichten. Dankzij deze combinatie van interne expertise en externe adviesondersteuning konden we onze materiële effecten, risico’s en kansen tijdens de verslagperiode effectief beheren.

Kwantitatieve informatie over het aantal uitvoerende en niet-uitvoerende leden van onze bestuurs-, leidingsgevende en toezichthoudende organen, inclusief het percentage per geslacht en onafhankelijkheid, wordt verstrekt in het hoofdstuk Comités van het hoofdstuk Corporate Governance.

Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen (GOV-3)

In 2025 bleef de benadering van duurzaamheidsgerelateerde beloning ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslagjaar. De in 2024 geïntroduceerde ESG-gerelateerde bedrijfsdoelstelling bleef van toepassing op de hele organisatie, inclusief de leden van het Directiecomité (zie Remuneratieverslag). Geen specifieke verhouding van de variabele verloning gerelateerd aan duurzaamheidsdoelen werd bepaald of gerapporteerd voor 2025.

Due diligenceverklaring (GOV-4)

We streven naar verantwoord ondernemen (zoals uiteengezet in G1-Zakelijk Gedrag) in onze hele waardeketen, wat duidelijk aansluit bij ons lidmaatschap van het Global Compact van de VN. We hebben due diligence geïntegreerd in ons bestuur, onze strategie en ons bedrijfsmodel. We nemen maatregelen om potentiële of daadwerkelijke effecten binnen ons eigen personeelsbestand te identificeren en te beperken. Deze maatregelen zijn te vinden in paragraaf S1-Eigen personeel. We hebben ook de overkoepelende elementen van ons complianceprogramma geïmplementeerd, die zijn uiteengezet in het gedeelte Governance, en versterken onze algehele duurzaamheids-due diligence verder. Door in gesprek te gaan met de betrokken belanghebbenden proberen we ervoor te zorgen dat hun inbreng tot uiting komt in alle belangrijke stappen van het due diligence-proces, dat is vastgelegd in ons dubbele materialiteitsbeoordelingsproces. Onze aanpak van duurzaamheids-due diligence is voornamelijk gericht op de activiteiten van derde partijen in onze toeleveringsketen.

Onze meer gerichte aanpak van due diligence binnen onze toeleveringsketen is het resultaat van ons dubbele materialiteitsanalysesproces, waarbij we hebben vastgesteld en beoordeeld dat onze derde partijen het grootste potentiële risico en de grootste negatieve effecten voor ons vormen, zowel vanuit milieu- als sociaal oogpunt. Daarom hebben we maatregelen genomen om die negatieve effecten aan te pakken door een aantal processen in te voeren die samen onze due diligence-activiteiten ten aanzien van leveranciers vormen. We houden een lijst bij van voorkeursleveranciers waarmee we relaties en verwachtingen hebben opgebouwd, en ook een lijst van gekwalificeerde leveranciers die zijn goedgekeurd om Good Practice (“GXP”)-gerelateerde goederen/diensten aan Galapagos te leveren.

We voeren een risicobeoordelingsproces voor derden uit dat in verhouding staat tot het geïdentificeerde risico van de werkrelatie, op basis van elementen zoals de aard van de geleverde goederen/diensten en de locatie waar de activiteiten plaatsvinden.

Onze due diligence houdt vervolgens rekening met kwesties als milieuduurzaamheid, ethisch zakelijk gedrag, naleving van wetgeving, waaronder de GDPR en anti-omkopingswetten, en ook specifieke GXP’s die van toepassing zijn op ons hele bedrijf. Dit helpt ons om derde partijen aan te stellen die zullen werken in lijn met de verwachtingen van Galapagos.

Zodra onze leveranciers en verkopers aan boord zijn, eisen we dat ze zich houden aan onze Gedragscode voor Leveranciers, waarin alle verwachte normen zijn vastgelegd. Tijdens de lopende relatie, en waar relevant, bijvoorbeeld bij GXP-leveranciers, worden regelmatige audits en/of monitoringactiviteiten uitgevoerd om de effectiviteit van deze inspanningen te volgen.

De onderstaande tabel geeft de kernelementen van ons due diligence-proces op het gebied van duurzaamheid weer, met verwijzingen naar de relevante toelichtingen in de duurzaamheidsverklaringen.

Risicobeheersing en interne controles voor duurzaamheidsverklaring (GOV-5)

Ons overkoepelende kader voor risicobeheer wordt uiteengezet in het hoofdstuk Risicobeheer en interne controlesystemen van dit verslag. Veel elementen van duurzaamheidsrisico’s waren al opgenomen in dit kader, dat is ontworpen om risico’s voortdurend te identificeren, analyseren en monitoren, ondersteund door gedefinieerde overwegingen voor risicotolerantie zoals naleving van toepasselijke regelgeving, operationele prestaties, reputatie en bedrijfscontinuïteit op langere termijn. We hebben onze bestaande risicobeheeractiviteiten verder ontwikkeld om tegemoet te komen aan nieuwe verwachtingen op het gebied van regelgeving. Op dit moment heeft het interne controlekader voor duurzaamheidsinformatie nog niet hetzelfde maturiteitsniveau als het kader dat wordt toegepast voor financiële verslaggeving, als gevolg van de lopende strategische reorganisaties. Dit omvatte onder meer het identificeren van de functies die verantwoordelijk zijn voor de te rapporteren gegevens en het waarborgen van een robuuste aanpak van gegevensbeheer ter ondersteuning van nauwkeurige rapportage.

Het beheer van duurzaamheidsgerelateerde risico’s tijdens de verslagperiode werd ondersteund door de Stuurgroep Duurzaamheid, een subgroep van ons Managementcomité, en door regelmatige rapportage aan ons Galapagos Audit Comité. Dit zorgde ervoor dat belangrijke risico’s werden geëscaleerd voor een passende oplossing.

Strategie, businessmodel en waardeketen (SBM-1)

Een beschrijving van onze strategie, inclusief onze huidige prioriteiten, ons businessmodel, onze waardeketen, onze producten en onze klanten in relatie tot duurzaamheid, wordt gegeven in de volgende paragrafen:

Informatie over ons personeelsbestand per geografisch gebied wordt verstrekt in onderdeel S1.

Onze activiteiten die opbrengsten genereren en belangrijkste klantcategorieën worden beschreven in toelichting 7 van de geconsolideerde jaarrekening. Aangezien we niet actief zijn in door ESRS gedefinieerde gevoelige sectoren (bijvoorbeeld fossiele brandstoffen, chemische productie, controversiële wapens of tabak), zijn dergelijke sectorale informatieverschaffingen niet van toepassing.

Vanwege de strategische reorganisatie, zoals aangekondigd in januari 2025, en de daaropvolgende uitgebreide evaluatie van strategische alternatieven voor onze celtherapieactiviteiten, waren er tijdens de verslagperiode geen specifieke doelstellingen voor duurzaamheid vastgesteld en worden dergelijke doelstellingen dan ook niet vermeld.

Onze wereldwijde waardeketen

Het beoordelen van onze waardeketen is een belangrijk onderdeel van ons materialiteitsanalyseproces en helpt ons om een beter inzicht te krijgen in de bredere impact van zowel onze upstream- als downstreamactiviteiten (zie onderstaande afbeelding). Door onze stakeholders in de waardeketen (d.w.z. leveranciers, partners en andere entiteiten) te identificeren en met hen samen te werken, hebben we waardevolle inzichten verkregen in de belangrijkste milieu-, sociale en economische effecten van onze wereldwijde activiteiten. Deze collaboratieve aanpak stelt ons in staat om gebieden te identificeren waar we kunnen samenwerken om risico’s te verminderen en kansen te identificeren. Bovendien kunnen we door onze waardeketen te monitoren beter aansluiten bij de verwachtingen van belanghebbenden, verantwoord inkopen ondersteunen en transparantie bevorderen, en een duurzame toeleveringsketen opzetten voor onze R&D-activiteiten op het gebied van oncologie. Dit geïntegreerde perspectief stelt ons in staat om zinvolle vooruitgang te boeken in de richting van gedeelde duurzaamheidsdoelstellingen die verder reiken dan onze eigen, directe activiteiten.

Onze waardeketenkaart vormt een basis voor een betere identificatie en beoordeling van onze materiële impacts, risico’s en kansen binnen de wereldwijde waardeketen.

Onze waardeketen in kaart (graphic)

Belangen en opvattingen van stakeholders (SBM-2)

We hebben contact gelegd met een breed scala aan stakeholders, waaronder patiëntenorganisaties, zorgverleners, R&D-organisaties, medewerkers, leveranciers en investeerders, om hun standpunten te begrijpen en mee te nemen in de ontwikkeling van onze strategie en ons bedrijfsmodel. Hieronder vatten we de belangrijkste elementen van onze betrokkenheid van belanghebbenden tijdens de verslagperiode samen:

SBM-2 – Belangen en opvattingen van stakeholders

Belanghebbende

Betrokkenheid

Doel

Resultaten

Patiëntenorganisaties

Betrokkenheid voortgezet via onze Patient Council en Patient Partnership Charter aangevuld met voortdurende dialoog met patiëntengroepen via traditionele feedback en adviesgesprekken. Activiteiten werden vanaf het tweede kwartaal teruggeschroefd als onderdeel van de organisatorische afbouw.

Om inzicht te krijgen in de behoeften van patiënten en perspectieven, in lijn met de Patient Partnership Charter.

Betrokkenheid voortgezet tot Q2 2025 en werd vervolgens opgeschaald terug als onderdeel van de reorganisatie.

Zorgverleners

Wetenschappelijke uitwisseling, advies interacties, en wetenschappelijke samenwerking; presentaties tijdens medische en research-conferenties.

Om klinische inzichten te verkrijgen en versterken van wetenschappelijk inzicht over behandelingsmethoden en behoeften van patiënten.

Voortdurende kennisuitwisseling en wetenschappelijke dialoog.

Medewerkers

Betrokkenheid door middel van ondernemingsraden in België, de Nederland in de in het kader van de herstructurering.

Om een transparante dialoog te garanderen met werknemers­vertegenwoordigers, en om verantwoordelijk en respectvol te handelen tegenover werknemers.

Formele raadpleging van de ondernemingsraad voltooid.

Leveranciers

Voortdurende betrokkenheid door Risicobeoordelingen van derden.

Om een veilige en betrouwbare toeleveringsketen.

Voltooiing van leveranciers­risicobeoordelingen.

Investeerders

Regelmatige ESG-gerelateerde betrokkenheid gedurende het hele jaar.

Om transparantie te bieden.

Constructieve dialoog onderhouden.

Naast de enquêtes en interviews die we hebben gehouden, onderhouden we een voortdurende dialoog met onze stakeholders via onze duurzaamheids- en functieverantwoordelijken. Onze Raad van Bestuur, ons Directiecomité en ons Managementcomité krijgen regelmatig uitgebreide updates over de verwachtingen van stakeholders op het gebied van duurzaamheid, waaronder ethisch zakelijk gedrag en sociale en ecologische verantwoordelijkheid. Zo zorgen we ervoor dat er op alle niveaus rekening wordt gehouden met de zorgen van stakeholders bij de besluitvorming en versterken we ons engagement voor duurzaamheid. De feedback die we van onze stakeholders ontvangen via zowel de dubbele materialiteitsanalyse als op continue basis, dient als cruciale input voor onze duurzaamheidsstrategie en alle elementen van ons beleids- en duurzaamheidsprogramma als onderdeel van onze voortdurende due diligence. Hierdoor kunnen we ons beter afstemmen op onze prioriteitsgebieden, zoals patiëntenbetrokkenheid en werknemersgerelateerde onderwerpen.

Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren (IRO-1)

In 2025 hebben we onze dubbele materialiteitsanalyse geactualiseerd door middel van een intern panel van deskundigen om rekening te houden met de bedrijfsveranderingen die voortvloeiden uit de strategische reorganisatie zoals aangekondigd op 8 januari 2025, die van invloed was op de materialiteitsdrempels met betrekking tot ons aantal werknemers en onze financiële positie en prestaties. Deze update bouwde voort op ons eerdere werk: een EFRAG-conforme dubbele materialiteitsanalyse die in 2023 werd voltooid, gevolgd door een gerichte actualisering in 2024. De beoordeling van 2023 was onze eerste volledige toepassing van de vereisten van de Europese Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), waarbij een financiële materialiteitsanalyse werd toegevoegd aan de impactmaterialiteitsanalyse die aanvankelijk in 2022 werd uitgevoerd. De dubbele materialiteitsanalyse werd uitgevoerd vóór de aankondiging van het voornemen om de activiteiten op het gebied van celtherapie af te bouwen en is dan ook grotendeels gebaseerd op deze activiteiten. De output van de DMA werd in 2025 herzien om de relevantie voor de duurzaamheidsverklaring van 2025 te beoordelen, in de context van deze veranderingen in de activiteiten van het bedrijf.

Impacts en effecten, risico’s en kansen identificeren

Voor de beoordeling van de materialiteit van de impact vormt het proces waarbij we onze stakeholders betrekken de basis voor het identificeren van daadwerkelijke en potentiële impacts in onze waardeketen. Een team van interne deskundigen beoordeelde deze impacts. Elk onderwerp werd beoordeeld op de vraag of de impact daadwerkelijk of potentieel, positief of negatief was, en vervolgens gescoord op ernst op basis van omvang, reikwijdte en, voor negatieve impacts, de onherstelbare aard van de schade. Potentiële negatieve impacts werden ook beoordeeld op waarschijnlijkheid en verwachte tijdshorizon. De waarschijnlijkheid werd beoordeeld op een schaal van 1 (zeer onwaarschijnlijk) tot 4 (zeer waarschijnlijk), de omvang op een schaal van 1 (laag) tot 5 (hoog), de reikwijdte op een schaal van 1 (alleen van invloed op interne stakeholders) tot 5 (van invloed op gemeenschappen op nationaal niveau of daarbuiten) en het onherstelbare karakter op een schaal van 1 (schade gemakkelijk te herstellen) tot 5 (schade langdurig en moeilijk te herstellen). Positieve effecten werden beoordeeld aan de hand van schaal en reikwijdte. De ernst van de impact werd bepaald volgens:

  • Schaal: Hoe ernstig of gunstig onze impact is, van 1 (laag) tot 5 (hoog)

  • Reikwijdte: Hoe verspreid onze impact is, van 1 (beperkt tot onze interne stakeholders) tot 5 (van impact op gemeenschappen op landsniveau of breder); en

  • Het onherstelbare karakter: voor negatieve impact, of en tot hoever de impact herstelbaar is, van 1 (schade makkelijk te herstellen) tot 5 (schade langdurig en moeilijk te herstellen)

Input uit het stakeholderbetrokkenheidsproces dat in de materialiteitsanalyse van 2022 werd uitgevoerd, werd gebruikt ter ondersteuning van de evaluatie van effecttrajecten en verwachtingen. De materialiteitsdrempel voor effecten werd vastgesteld op 9 en de volledigheid van de beoordeling werd gevalideerd door interne experts.

Voor het financiële aspect van de dubbele materialiteitsanalyse hebben we de financiële risico’s en kansen beoordeeld die verband houden met elk duurzaamheidsthema, inclusief de potentiële financiële effecten die tot uiting komen in onze jaarrekening. De drempels voor het beoordelen van financiële materialiteit waren gebaseerd op de verwachte effecten op de financiële positie en prestaties, kasstromen en toegang tot, en kosten van kapitaal. Elk risico en elke kans werd beoordeeld op zowel de waarschijnlijkheid als de potentiële omvang van het financiële effect, met behulp van een scoreschaal van 1 (zeer onwaarschijnlijk) tot 4 (zeer waarschijnlijk) voor de waarschijnlijkheid en van 1 (verwaarloosbaar) tot 5 (extreem) voor de ernst. Bij deze beoordelingen werd rekening gehouden met de vooraf gedefinieerde korte-, middellange- en langetermijn-horizon. De geïdentificeerde duurzaamheidsgerelateerde risico’s en kansen werden afgestemd op ons interne risicoregister en de materialiteitsdrempel werd vastgesteld op 8. Deze methodologie werd toegepast op alle duurzaamheidsthema’s, inclusief klimaatgerelateerde thema’s. Zoals vermeld in E1-Klimaatverandering hebben we echter geen gedetailleerde klimaatsecnarioanalyse uitgevoerd. De herbeoordeling voor 2025 is beoordeeld en gevalideerd door interne functies:

  • HR

  • Juridische team

  • Financiën/interne controles

  • Hoofd GxP-kwaliteitssystemen en compliance

  • Duurzaamheid ESG-verantwoordelijke

  • Dierenwelzijn coördinator

  • Gegevensprivacy expert

  • Informatiebeveiliging en risicobeheer verantwoordelijke

  • Hoofd EHS

  • Wereldwijd hoofd kwaliteitsrisicobeheer

Beoordeling van onze resultaten

De resultaten van onze dubbele materialiteitsanalyse voor 2025 zijn door interne materiedeskundigen beoordeeld op volledigheid, consistentie en relevantie. Op basis van de inzichten van stakeholders die ten grondslag lagen aan de impactmaterialiteitsanalyse en de financiële analyses in overeenstemming met ons risicoregister, hebben we de definitieve lijst met materiële onderwerpen voor opname in de duurzaamheidsverklaring voor 2025 vastgesteld. Voor het impactmaterialiteitsgedeelte van de beoordeling heeft een team van interne deskundigen de door stakeholder geïdentificeerde onderwerpen en de bijbehorende scores beoordeeld. Voor het financiële materialiteitsaspect hebben we de geïdentificeerde financiële risico’s en kansen gevalideerd, inclusief de potentiële financiële effecten die in onze jaarrekening zijn opgenomen. Deze beoordeling had betrekking op alle duurzaamheidsthema’s, inclusief klimaatgerelateerde thema’s.

Verklaringsvereisten in ESRS die onder de duurzaamheidsverklaring vallen

Naar aanleiding van de uitkomst van onze dubbele materialiteitsanalyse voor 2025 hebben we een lijst samengesteld van de informatievereisten die in deze duurzaamheidsverklaring zijn opgenomen, samen met verwijzingen naar de alinea’s waar elke informatie te vinden is (Zie: Referentietabel). We hebben de verplichte informatievereisten en gegevenspunten van ESRS in kaart gebracht voor de materiële impacts, risico’s en kansen om de materialiteit van de informatie binnen de thematische normen te beoordelen. De materiële IRO’s zijn gekoppeld aan de volgende onderwerpen, die de basis vormen voor de voorbereiding van deze duurzaamheidsverklaring: E1 – Klimaatverandering, S1 – Eigen personeel, S4 – Consumenten en eindgebruikers, G1 – Zakelijk gedrag en entiteitsspecifieke onderwerpen, waaronder wetenschappelijke innovatie, intellectueel eigendom en productportfolio & R&D. Wanneer er geen verband met een materiële IRO werd vastgesteld, werden de relevante vermeldingen weggelaten. Dit wordt weergegeven in de ESRS-inhoudsopgave aan het einde van deze verklaring, waarin wordt aangegeven waar we gefaseerde bepalingen hebben toegepast, informatie door middel van verwijzing hebben opgenomen of waar een informatievereiste niet van toepassing is.

Materiële impacts, risico’s en kansen en wisselwerking daarvan met onze strategie en ons bedrijfsmodel (SBM-3)

De materiële onderwerpen die zijn geïdentificeerd door middel van onze herziening van de dubbele materialiteitsanalyse voor 2025, worden samengevat in de onderstaande matrix. Deze weerspiegelen de resultaten van de herziening die is uitgevoerd met interne materiedeskundigen na de aankondiging op 21 oktober 2025 van het voornemen om de activiteiten op het gebied van celtherapie af te bouwen en de start van de implementatie. Voor een gedetailleerde beschrijving van onze materiële impacts, risico’s en kansen, inclusief de verwachte tijdshorizon, of de effecten positief of negatief zijn en waar in onze waardeketen deze zich voordoen, verwijzen wij u naar de relevante thematische secties. Hoewel de inhoud van onze IRO’s grotendeels consistent blijft met die van vorig jaar, zijn verschillende beschrijvingen bijgewerkt om de duidelijkheid te verbeteren en beter aan te sluiten bij de terminologie en structuur van ESRS. Daar beschrijven we ook onze reacties op de geïdentificeerde materiële impacts, risico’s en kansen, en hoe deze onderwerpen aansluiten bij onze strategie en ons bedrijfsmodel.

Vier actuele ESRS-normen werden als materieel aangemerkt voor het verslagjaar: E1 Klimaatverandering, S1 Eigen personeel, S4 Consumenten en eindgebruikers, en G1 Zakelijk gedrag. Daarnaast werden tijdens de verslagperiode drie entiteitsspecifieke materiële onderwerpen geïdentificeerd: Wetenschappelijke innovatie, Intellectueel eigendom, en Productportfolio en R&D.

In 2025 werd, in vergelijking met de vorige verslagperiode, het S1-subonderwerp ‘Baanzekerheid’ nieuw aangemerkt als materieel vanuit zowel impact- als financieel oogpunt, wat resulteerde in twee nieuwe materiële IRO’s die in 2024 niet als materieel werden beschouwd. Het onderwerp ‘betrokkenheid van patiënten’, dat in de vorige verslagperiode als een entiteitsspecifiek onderwerp werd behandeld, werd dit jaar opnieuw toegewezen aan ESRS S4 – Consumenten en eindgebruikers, omdat het beter aansluit bij de reikwijdte en definities van de norm.

De onderstaande grafiek geeft een overzicht van alle subonderwerpen die voor ons als materieel zijn aangemerkt:

Alle subonderwerpen die voor ons als materieel zijn (graphic)

Gezien de stopzetting van de bedrijfsactiviteiten en de daaruit voortvloeiende verandering in de strategische langetermijnkoers van de Vennootschap, is er in 2025 geen veerkrachtanalyse uitgevoerd met betrekking tot het vermogen om de materiële impacts en risico’s aan te pakken en de materiële kansen te benutten.

Celtherapie
Celtherapie heeft tot doel ziekten te behandelen door bepaalde groepen cellen te herstellen of te wijzigen of door cellen te gebruiken om een therapie door het lichaam te voeren. Bij celtherapie worden cellen buiten het lichaam gekweekt of gewijzigd voordat ze bij de patiënt worden geïnjecteerd. De cellen kunnen afkomstig zijn van de patiënt (autologe cellen) of van een donor (allogene cellen)
Intellectueel eigendom
Ideeën met commerciële waarde die worden beschermd of beschermd zouden kunnen worden door onder andere patenten, handelsmerken of auteursrechten
Jyseleca®
Merknaam voor filgotinib
Oncologie
Gebied van de geneeskunde dat zich bezighoudt met de diagnose, behandeling, preventie en vroege opsporing van kanker
SEC
Securities and Exchange Commission in de VS