Bekijk hier de voorgaande verslagen:

Klimaatverandering

E1-1 – Transitieplan voor klimaatmitigatie

Ons transitieplan, goedgekeurd door gesteund door het managementcomité, omvat verschillende strategieën voor de beperking van klimaatverandering. Ten eerste zullen we ons inzetten om tegen 2030 de absolute scopes 1 en 2 broeikasgasemissies met 42% te verminderen ten opzichte van het basisjaar 2022. Daarnaast zijn we van plan om tegen 2030 de scope 3 emissies met 37% te verminderen door een combinatie van afspraken met onze leveranciers en een absolute vermindering van de resterende scope 3 emissies.

Op de langere termijn willen we in 2040 emissieneutraal zijn door de uitstoot van broeikasgassen terug te brengen tot een restniveau dat overeenkomt met de 1,5°C-scenario’s van het Overeenkomst van Parijs, waarbij de restemissies worden geneutraliseerd door te investeren in de permanente verwijdering en opslag van koolstof uit de atmosfeer.

Dit is in overeenstemming met de specifieke criteria van het Science Based Targets-initiatief (SBTi) voor doelstellingen op korte en lange termijn om te voldoen aan een 1,5°C- of een ruim onder de 2°C-scenario.

We zijn niet uitgesloten van de op de Overeenkomst van Parijs afgestemde EU-benchmarks overeenkomstig de uitsluitingscriteria in artikel 12, lid 1, punten d) tot en met g), (53) en artikel 12, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818 van de Commissie (verordening normen klimaatbenchmarks).

Het transitieplan omvat de overdracht van de Jyseleca® business naar Alfasigma en de verwachte CO2-reductie als gevolg van de overdracht. We verwachten echter de overgedragen Jyseleca® toeleveringsketen te vervangen door de toeleveringsketen voor oncologie die de groei van ons DMU-netwerk en business zal ondersteunen.

Meer concreet, voor scope 1 & 2 (directe emissies & aangekochte energie), zullen de belangrijkste drijfveren voor het verminderen van de koolstofvoetafdruk zijn:

  • De implementatie van elektrificatie van ons wagenpark, met als doel een adoptiegraad van 100% in 2030, en het gebruik van alleen hernieuwbare energie, door te vertrouwen op Garanties van Oorsprong, Power Purchase Agreements of PPA’s, of een leasemaatschappij die brandstofkaarten aanbiedt die groene stroom garanderen; en
  • Hernieuwbare elektriciteit inkopen en de energie-efficiëntie van onze activiteiten verbeteren.

Voor scope 3 (indirecte emissies) zijn de belangrijkste drijfveren voor het verminderen van de koolstofvoetafdruk:

  • Directe reductie-inspanningen op het gebied van woon-werkverkeer (bijv. via een verschuiving van conventionele privéauto’s naar elektrische auto’s of door ondersteuning van alternatieve woon-werkverkeerprogramma’s met opties voor woon-werkverkeer met lage of geen emissies);
  • Implementatie van een initiatief om betrokkenheid van onze leveranciers te verhogen, zodat onze leveranciers moeten voldoen aan (gevalideerde) wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen. Van leveranciers die onder de doelstellingen voor leveranciersbetrokkenheid vallen, wordt verwacht dat zij hun doelstellingen ontwikkelen, herzien en hierover rapporteren volgens bepaalde criteria: onze leveranciers zullen
    • Minimaal wetenschappelijk onderbouwde scope 1- en scope 2-doelstellingen vaststellen. Opname van scope 3-doelstellingen is vereist als deze emissies meer dan 40% van de totale emissies van de leverancier bedragen;
    • Hun doelstellingen herzien om er zeker van te zijn dat ze overeenkomen met de SBTi-criteria en -richtlijnen. Validatie van leveranciersdoelen via de SBTi wordt aanbevolen, maar is niet verplicht; en
    • Jaarlijks rapporteren over de voortgang ten opzichte van hun doelen (publiekelijk of via het jaarlijkse gegevensverzamelingsproces). 

Ons transitieplan is volledig ingebed in onze bedrijfsstrategie en financiële planning, zoals beschreven in sectie E1-3. De financiële vereisten voor de implementatie van deze maatregelen zijn geïntegreerd in onze algehele bedrijfsplanning en worden ze gefinancierd op basis van de bedrijfsbehoeften. Deze aanpak zorgt ervoor dat de inspanningen voor het koolstofarm maken van onze activiteiten worden afgestemd op onze operationele en strategische prioriteiten. Waar extra investeringen nodig zijn, beschikken we over de Stuurgroep Duurzaamheid en de bijbehorende beleidsstructuur zoals beschreven in het hoofdstuk Ons duurzaamheidsbestuur.

Materiële impacts, risico's en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel 

Onze inzet om klimaatverandering tegen te gaan biedt een kans om een significante positieve impact te hebben in onze hele waardeketen. Op de korte termijn erkennen we het belang van het aanpakken van de uitstoot van broeikasgassen en de transitie naar koolstofarme activiteiten. Deze kans sluit aan bij onze organisatiestrategie, terwijl we ook de klimaatgerelateerde transitierisico’s voor onze reputatie en het vertrouwen van belanghebbenden beperken als deze inspanningen over het hoofd worden gezien. Om deze kans te benutten, streven we actief naar een overgang naar een koolstofarme economie, waarbij we klimaatgerichte initiatieven onder brengen in onze bredere duurzaamheidsacties om onze doelen voor 2028 te bereiken. Deze acties omvatten investeringen in energie-efficiënte technologieën, het gebruik van hernieuwbare energie en samenwerking met belanghebbenden om innovatieve, duurzame oplossingen te stimuleren. Door samen te werken met onze leveranciers om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, zien we een potentieel positief effect ter ondersteuning van de overgang naar een koolstofarme economie.

Gezien in onze dubbele materialiteitsbeoordeling geen materiële klimaatgerelateerde risico’s werden geïdentificeerd en onze beperkte uitstoot van broeikasgassen hebben we geen gedetailleerde materiële klimaatscenarioanalyse en veerkrachtanalyse uitgevoerd, noch een diepere analyse van potentiële klimaatgerelateerde risico’s uitgevoerd. Als gevolg daarvan, aangezien we geen diepere analyse van potentiële klimaatrisico's hebben uitgevoerd, rekening houdend met verschillende potentiële klimaatscenario's,  kan er geen uitspraak worden gedaan over de veerkracht van het bedrijf ten opzichte van klimaatverandering. We blijven echter de ontwikkelingen op het gebied van klimaatgerelateerde risico's volgen en hun relevantie voor ons bedrijf beoordelen.

E1-2 – Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie en klimaatadaptatie

We hebben een milieu-, gezondheids- en veiligheidsbeleid (Environment, Health and Safety Policy) opgesteld, waarvoor de Chief Operating Officer verantwoordelijk is, dat gericht is op duurzame activiteiten, het minimaliseren van onze koolstofvoetafdruk en het streven naar een lager verbruik van natuurlijke hulpbronnen door onze activiteiten en de hele waardeketen heen.

Ons beleid omvat toezeggingen om:

  • De uitstoot van broeikasgassen te minimaliseren door duurzame operationele praktijken te implementeren;
  • De energie-efficiëntie te verbeteren door technologische upgrades en optimalisatie van bronnen;
  • Vervuiling en afval in onze hele waardeketen verminderen; en
  • Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen te optimaliseren door waar mogelijk duurzame materialen te gebruiken.

Deze gestructureerde aanpak zorgt voor afstemming op onze bredere 2028 duurzaamheidsstrategie en onze doelstellingen voor een koolstofarme transitie in 2030.

E1-3 – Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering

We hebben een reeks gerichte maatregelen geïmplementeerd en specifieke middelen toegewezen in 2024 om ons beleid voor de beperking van en aanpassing aan klimaatverandering te ondersteunen. Deze initiatieven sluiten aan bij ons bredere streven om tegen 2028 over te schakelen op een koolstofarme organisatie en onze bijhorende bedrijfsstrategie. Voor ons transitieplan hebben we ons afgestemd op de klimaatdoelen die de Europese Unie heeft gesteld voor 2030.

Belangrijkste acties en middelen in 2024:

  • Overgang naar hernieuwbare energie: 59% van ons totale energieverbruik was afkomstig van hernieuwbare energie en wordt vermeld in de tabel onder E1-5.
  • Elektrificatie wagenpark: 47% van ons bedrijfswagenpark is nu volledig elektrisch, wat bijdraagt aan een vermindering van de scope 1-emissies, zoals weergegeven in de tabel onder E1-6.
  • Verbeteringen in energie-efficiëntie: Implementatie van operationele efficiëntieprojecten gericht op het verminderen van het totale energieverbruik in onze faciliteiten door het installeren en onderhouden van instrumenten en apparaten voor het meten, regelen en controleren van de energieprestaties van gebouwen.
  • Betrokkenheid van werknemers bij klimaatactie: Interne initiatieven, waaronder deelname aan de Wereldmilieudag van de Verenigde Naties, werden georganiseerd om het bewustzijn te vergroten en klimaatpositief gedrag aan te moedigen.

Onze op de EU Taxonomie afgestemde CapEx gerelateerd aan klimaatmitigatie bedroeg €2,772 miljoen, wat neerkomt op 3,03% en OpEx €3,44 miljoen, wat neerkomt op 0,68% van onze totale OpEx. Meer details zijn te vinden in de EU Taxonomie 2024 verklaring. Andere investeringen zijn een integraal onderdeel van onze kapitaalkostentoewijzingen en/of bedrijfsuitgaven (zoals de overstap naar groene stroom) en worden daarom niet hier gerapporteerd, maar in de algemene CapEx en OpEx

Gezien de geplande splitsing (zie SplitsingSplitsing) zijn de toekomstige financiële middelen die nodig zijn voor verdere implementatie van de decarbonisatiehefbomen nog niet vastgesteld.

Maatstaven en doelen

E1-4 – Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie

We hebben broeikasgasemissiereductiedoelstellingen opgesteld voor onze scope 1 en 2 (markt gebaseerde) emissies, evenals voor scope 3, in overeenstemming met het Science Based Targets initiatief (SBTi). Bij het definiëren van ons basisjaar 2022 en het bepalen van doelstellingen voor 2030, hebben we rekening gehouden met de overdracht van Jyseleca® activiteiten naar Alfasigma, terwijl we ook een ambitieus jaar-op-jaar groeiscenario voor onze bestaande activiteiten hebben opgenomen. Onze scope 1, 2 en 3 doelstellingen dekken 100% van onze totale uitstoot in deze categorieën. Voor scope 1 en 2 pasten we een absolute inkrimping aanpak toe voor het bepalen van de doelstellingen, terwijl we voor scope 3 gebruik maakten van een combinatie van leveranciersbetrokkenheid en absolute inkrimping.

We hebben ons verplicht om de absolute scope 1- en scope 2-broeikasgasemissies tegen 2030 met 42% te verminderen ten opzichte van een basisjaar in 2022, en om de absolute scope 3-broeikasgasemissies tegen 2030 met 37% te verminderen ten opzichte van een basisjaar in 2022, door een combinatie van afspraken met onze leveranciers en een absolute vermindering van de resterende scope 3-emissies. We zijn momenteel bezig met het schatten van de algehele kwantitatieve bijdragen van onze decarbonisatiehefbomen (beschreven in sectie E1-1) om deze doelstellingen voor het verminderen van broeikasgasemissies te behalen.

Op de langere termijn willen we in 2040 emissieneutraal zijn door de uitstoot van broeikasgassen terug te brengen tot een restniveau dat overeenkomt met de 1,5°C-scenario's van het Overeenkomst van Parijs, waarbij de restemissies worden geneutraliseerd door te investeren in de permanente verwijdering en opslag van koolstof uit de atmosfeer.

Dit is in overeenstemming met de specifieke criteria van het Science Based Targets-initiatief (SBTi) voor doelstellingen op korte en lange termijn om te voldoen aan een 1,5°C- of een ruim onder de 2°C-scenario.

Onze strategie is in detail beschreven in het onderdeel E1-1 van dit hoofdstuk.

E1-5 – Energieverbruik en energiemix

Energieverbruik en energiemix

 

 

 2022
(basisjaar)

 2024
 

Brandstofverbruik uit steenkool en steenkoolproducten

MWh

0

0

Brandstofverbruik uit ruwe olie en petroleumproducten(*)

MWh

10.073

506

Brandstofverbruik uit aardgas

MWh

3.444

2.793

Brandstofverbruik uit andere fossiele bronnen

MWh

0

0

Verbruik van ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit fossiele bronnen

MWh

284

269

Totaal verbruik fossiele energie

MWh

13.802

3.568

Aandeel fossiele bronnen in totale energieverbruik

%

77

39

 

 

 

 

Verbruik uit nucleaire producten

MWh

496

231

Aandeel verbruik uit nucleaire bronnen in totale energieverbruik

%

3

2

 

 

 

 

Brandstofverbruik uit hernieuwbare bronnen, incl. biomassa (ook industrieel en gemeentelijk afval van biologische oorsprong, biogas, waterstof uit hernieuwbare bronnen enz.)

MWh

0

0

Verbruik ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit hernieuwbare bronnen

MWh

3.667

5.282

Verbruik zelfopgewekte hernieuwbare energie uit andere bronnen dan brandstof (non-fuel)

MWh

0

108

Totaal verbruik hernieuwbare energie

MWh

3.667

5.390

Aandeel hernieuwbare bronnen in totale energieverbruik

%

20

59

 

 

 

 

Totale energieverbruik

MWh

17.965

9.189

(*)

Inclusief het energieverbruik in de gebouwen van Galapagos, het stationaire dieselverbruik (gebruikt door back-up generatoren en door het wagenpark van Galapagos. Dit laatste is gebaseerd op de geschatte afgelegde afstand en het geschatte brandstofverbruik.

E1-6 – Bruto scope 1-, 2-, 3-emissies en totale broeikasgasemissies

Voor de berekening van onze broeikasgasemissies gebruiken we het GHG-protocol. Voor de organisatorische grens passen we de operationele controlebenadering toe. Dit omvat onze kantoren en laboratoria. 

Onze scope 1 omvat energie/warmteopwekking op onze locaties, bedrijfsvoertuigen en vluchtige emissies. Onze scope 2 emissies omvatten aangekochte elektriciteit en stadsverwarming. Voor de scope 1 en 2 berekeningen zijn directe gegevens gebruikt. 

Scope 3 bestaat uit zowel upstream- als downstreamactiviteiten zoals opgenomen in de onderstaande tabel. De emissies voor ingekochte goederen en diensten, kapitaalgoederen en upstream geleasede activa zijn berekend op basis van bestedingsgegevens. Voor Woon-werkverkeer en Downstream transport zijn de gegevens geschat. 

De berekeningen zijn gebaseerd op activiteitsgegevens vermenigvuldigd met een emissiefactor. Er is gebruik gemaakt van zowel een leverancierspecifieke emissiefactor als een gemiddelde emissiefactor (gemiddelde waarden per bedrijfstak en per land uit verschillende databases).

We blijven werken aan het verbeteren van onze gegevenskwaliteit en berekeningsmethoden. Daarom hebben we onze basislijnemissies van 2022 aangepast om ze in overeenstemming te brengen met de methode van 2024. Tevens werken we met nauwkeurigere data zodra deze beschikbaar zijn. Deze wijzigingen zijn terug te vinden in de volgende categorieën: gekochte goederen en diensten, woon-werkverkeer en upstream leasemiddelen.

We rapporteren een vermindering op alle drie de emissiegebieden voor 2024 in vergelijking met de emissies in het referentiejaar 2022. Waar we op het eerste gezicht in 2024 al voldoen aan onze vastgestelde doelen voor 2030, kunnen we op dit moment nog geen conclusies trekken over de vooruitgang die we hebben geboekt. Dit komt omdat de gerapporteerde vermindering voor een groot deel is toe te schrijven aan de overdracht van de Jyseleca® activiteiten naar Alfasigma begin 2024, en de reorganisatie in 2023, en slechts in mindere mate verband houdt met onze inspanningen om onze overgangsstrategieën uit te voeren (zoals vermeld in E1-1 hierboven). Door de inherente beperkingen van de beschikbare gegevens in 2022, waren we niet in staat om de impact van de Jyseleca® transactie op de waarden van het basisjaar te kwantificeren. De bijbehorende beëindigde bedrijfsactiviteiten worden beschreven in financiële toelichting 5

Als gevolg van deze overdracht en de bijbehorende vermindering van het personeelsbestand, heeft de afname in scope 1, 2 en 3 emissies de doelstellingen uit ons overgangsplan gehaald of zelfs overtroffen. We verwachten echter dat we de overgedragen Jyseleca® toeleveringsketen zullen vervangen door de oncologie toeleveringsketen, ter ondersteuning van de uitbreiding van ons DMU-netwerk, zoals beschreven in het gedeelte Platformen van dit verslag. We bereiden ons voor op registratietests en commerciële gereedheid in de komende jaren. Dit is in lijn met ons overgangsplan naar 2030 en de overeenkomstige doelstelling die rekening hield met de Jyseleca-overdracht, maar ook met een groei van de bestaande activiteiten (zoals beschreven in E1-1 en E1-4). Om deze redenen kunnen vergelijkingen van jaar tot jaar tot uiteenlopende resultaten leiden. Waar de overdracht van Jyseleca® een onmiddellijke impact heeft, zal de impact van de groei van de activiteiten pas geleidelijk zichtbaar worden op de lange termijn. Daarom blijven we 2022 als basisjaar gebruiken, terwijl we transparant zijn over de veranderingen die zich in de loop van de tijd zullen voordoen. We zullen elk jaar evalueren of een aanpassing van de waarden voor het basisjaar al dan niet noodzakelijk wordt geacht, ook in het geval van onvoorziene gebeurtenissen waarmee geen rekening is gehouden in ons stappenplan voor de overgang.

Uitstoot van broeikasgassen

 

 

 2022
(basisjaar)

 2024
 

Scope 1-emissies

 

 

 

Bruto scope 1-emissies

TCO2e

3.029

652

Percentage scope 1-emissies van gereglementeerde emissiehandelssystemen

%

0

0

 

 

 

 

Scope 2-emissies

 

Bruto locatiegebaseerde scope 2-emissies

TCO2e

857

1.188

Bruto marktgebaseerde scope 2-emissies

TCO2e

218

114

 

 

 

 

Significante scope 3-emissies

 

Totaal Bruto indirecte (Scope 3) BKG-emissies

TCO2e

72.814

47.889

Gekochte goederen en diensten(*)

TCO2e

56.091

39.116

Kapitaalgoederen(*)

TCO2e

13.760

6.133

Brandstof- en energieactiviteiten(*)

TCO2e

753

350

Upstream geleasede activa(*)

TCO2e

339

366

Afval geproduceerd bij activiteiten(*)

TCO2e

50

212

Verwerking van verkochte producten

TCO2e

N/A

N/A

Gebruik van verkochte producten

TCO2e

N/A

N/A

Verwerking van verkochte producten aan het einde van hun levensduur(*)

TCO2e

11

3

Downstream geleasede activa

TCO2e

N/A

N/A

Franchises

TCO2e

N/A

N/A

Upstream vervoer en -distributie(*)

TCO2e

95

2

Downstream vervoer en -distributie(**)

TCO2e

5

1

Zakelijk reisverkeer(*)

TCO2e

1.058

1.450

Woon-werkverkeer werknemers(**)

TCO2e

652

255

Financiële investeringen

TCO2e

N/A

N/A

 

 

 

 

Totale uitstoot van broeikasgassen

 

Totale broeikasgasemissies (locatiegebaseerd)

TCO2e

76.860

49.804

Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd)

TCO2e

76.062

48.665

(*)

werkelijke gegevens

(**)

geschat

Jyseleca®
Merknaam voor filgotinib
Oncologie
Gebied van de geneeskunde dat zich bezighoudt met de diagnose, behandeling, preventie en vroege opsporing van kanker
Target
Proteïne waarvan is aangetoond dat deze een rol speelt in een ziekteproces en de basis vormt van een therapeutische interventie of ontdekking van een medicijn