4. Kritische boekhoudkundige ramingen en belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden

Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening
CSR rapport

Bij de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving, dienen wij oordelen, schattingen en veronderstellingen te maken over de boekwaarde van activa en verplichtingen die niet op eenvoudige wijze uit andere bronnen op te maken zijn. De schattingen en hiermee verbonden veronderstellingen zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden en andere factoren die worden beschouwd relevant te zijn. De eigenlijke resultaten kunnen verschillen van deze ramingen.

Onze schattingen en veronderstellingen worden beoordeeld op permanente basis. Herzieningen van boekhoudkundige schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien, indien de herziening alleen voor die periode van toepassing is, of in de periode van herziening en toekomstige perioden als de herziening zowel op de huidige als toekomstige perioden betrekking heeft.

De volgende zijn kritische ramingen die wij hebben gemaakt in het proces van de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving die het meest van invloed zijn op de cijfers erkend in de geconsolideerde jaarrekening die elders in dit jaarverslag zijn opgenomen.

Kritische boekhoudkundige beoordelingen

Verwerking van warrant A en warrant B toegekend aan Gilead

Warrant A en warrant B werden toegekend aan Gilead in het kader van de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst op 14 juli 2019. De uitgifte van warrants A en B was onderhevig aan de goedkeuring van onze aandeelhouders, daarom oordeelde het management dat een financieel instrument zoals bepaald onder IAS 32 niet erkend kon worden tot er positief gestemd was over de goedkeuring. We waren van oordeel dat de transactieprijs een premie bevatte, betaald door Gilead (door de upfront betaling), voor het verwerven van de warrants in de toekomst, na goedkeuring door de aandeelhouders.

Bij de closing van de transactie op 23 augustus 2019 hebben we van Gilead de upfront betaling ontvangen, die een premie bevatte voor de toekomstige uitgifte van de warrants. In overeenstemming met IFRS 15 hebben we op 23 augustus 2019 voor de verwachte waarde van de warrants een contractuele verplichting ("verplichting inzake uitgifte van warrants") opgenomen. We waardeerden beide warrants aan reële waarde en erkenden een verplichting tot uitgifte van warrants bij de closing van de transactie voor hetzelfde bedrag (als deel van de over te dragen opbrengsten). Deze verplichting wordt bij elke rapporteringsperiode geherwaardeerd met overeenkomstige impact op de toewijzing van de transactieprijs aan de resultaatsverbintenis inzake het drug discovery platform tot goedkeuring en uitgifte van de warrants.

De uitgifte van warrant A en initiële warrant B werd goedgekeurd door de buitengewone aandeelhoudersvergadering van 22 oktober 2019. Na uitgifte van warrant A en initiële warrant B op 22 oktober 2019, werd het deel van de contractuele verplichting gerelateerd aan warrant A en initiële warrant B een financiële verplichting (afgeleid instrument), gewaardeerd aan reële waarde met effect in de resultatenrekening in overeenstemming met IFRS 9. 

Indien het management had geoordeeld dat warrant A en warrant B bij de closing van de transactie konden erkend worden als afgeleide instrumenten, dan zouden de wijzigingen in de reële waarde van de afgeleide instrumenten eerder in resultaat dan als een aanpassing van de transactieprijs verwerkt worden. Dit zou hebben geleid tot een toename van de reële waarde aanpassing van de warrants met €12,9 miljoen (positieve aanpassing), en een afname van de over te dragen opbrengsten per 31 december 2019 van €28,6 miljoen, met als gevolg een afname in de erkenning van opbrengsten in resultaat in de huidige periode van €0,5 miljoen.

Per 31 december 2019 is bijkomende warrant B nog onderhevig aan de goedkeuring van een buitengewone aandeelhoudersvergadering. 

IFRS 15 – Opbrengsterkenning Gilead transactie

Onze kritische beoordelingen waren als volgt:

Bepaling van de totale transactieprijs

  • In verband met deze overeenkomst met Gilead erkenden wij een over te dragen opbrengst en een overeenkomstig vlottend afgeleid financieel actief van €85,6 miljoen bij ondertekening van de share subscription overeenkomst met Gilead, zoals vereist door IFRS 9. De over te dragen opbrengst werd toegevoegd aan de transactieprijs bij aanvang van de overeenkomst omdat verondersteld wordt dat het deel is van de totale vergoeding ontvangen voor de drie resultaatsverbintenissen. Het werd toegewezen aan het drug discovery platform en zal de volgende 10 jaar als opbrengst erkend worden. Waren we tot het besluit gekomen dat de equity subscription als een aparte transactie moest verwerkt worden dan zou het volledige bedrag van €85,6 miljoen als bijkomend eigen vermogen opgenomen worden en zouden de toekomstige opbrengsten verminderd worden voor hetzelfde bedrag.

Resultaatsverbintenis: Licentie voor GLPG1690

  • De transactieprijs die toegekend werd aan deze resultaatsverbintenis weerspiegelt onze inschatting van de stand-alone verkoopsprijs van deze resultaatsverbintenis en werd berekend volgens de methode van de verdisconteerde kasstromen met inbegrip van, onder andere, veronderstellingen over het geschat marktaandeel en marktomvang, piekverkopen en kans op succes. Wijzigingen in deze veronderstellingen zouden invloed hebben gehad op de inschatting van deze stand-alone verkoopsprijs van deze resultaatsverbintenis. Dit zou geleid hebben tot een nieuwe toewijzing van de transactieprijs tussen deze resultaatsverbintenis, waarvan de opbrengst op een bepaald moment in tijd erkend wordt, en het drug discovery platform, waarvan de opbrengst lineair over een periode van 10 jaar erkend wordt.
  • Na toekenning van de licentie voor GLPG 1690, verdelen we de verdere kosten gelijk met Gilead. Gilead wordt niet beschouwd als een klant maar als een samenwerkingspartner. Aldus valt dit deel van de samenwerkingsovereenkomst niet onder toepassing van IFRS 15. Elke terugbetaling van kosten van onze samenwerkingspartner wordt niet opgenomen als opbrengst maar als een vermindering van de betreffende kosten. Had het management geoordeeld dat de transactie in het toepassingsgebied van IFRS 15 viel, dan zou de terugbetaling van kosten van onze samenwerkingspartner voor het jaar eindigend op 31 december 2019 van €17,7 miljoen weergegeven zijn als opbrengst in plaats van een vermindering van de overeenkomstige kosten.

Resultaatsverbintenis: Gewijzigde filgotinib overeenkomst

  • De stand-alone verkoopsprijs van de filgotinib overeenkomst werd bepaald aan de hand van de kost-plus-marge benadering. Het management was van oordeel dat een gepaste marge indirect verweven zit in de grotere betrokkenheid bij de globale strategie van filgotinib en de bredere commercialisatierol in de Benelux en de EU5 landen. Indien er een verschillende marge zou zijn vastgesteld, dan zou de transactieprijs toegewezen aan de resultaatsverbintenis inzake de overeenkomst over filgotinib anders zijn met een overeenkomstige aanpassing van de opbrengst toegewezen aan het drug discovery platform. Dit zou geleid hebben tot een herziene toewijzing van opbrengsten tussen huidige en toekomstige periodes, daar de transactieprijs toegewezen aan de resultaatsverbintenis inzake de filgotinib overeenkomst over een kortere period erkend wordt in vergelijking met de erkenning over 10 jaar van de transactieprijs toegewezen aan het drug discovery platform.

Financieringscomponent

In het akkoord met Gilead werden twee resultaatsverbintenissen geïdentificeerd waarin de periode tussen de transfer van beloofde goederen/diensten aan Gilead en de betaling van de onderliggende vergoeding door Gilead meer dan één jaar bedraagt, zijnde de resultaatsverbintenis inzake het drug discovery platform en de resultaatsverbintenis gerelateerd aan de filgotinib overeenkomst. Alhoewel de ontvangen vergoeding voor het drug discovery platform erkend zal worden over een periode van 10 jaar te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de fondsen, oordeelde het management om geen financieringscomponent voor deze resultaatsverbintenis in beschouwing te nemen daar het toekennen van een exclusieve toegang en optierechten op de eerste dag de voornaamste waarde is van de resultaatsverbintenis inzake het drug discovery platform. Bijgevolg heeft het management beslist om enkel voor het deel van de transactieprijs toegewezen aan de filgotinib resultaatsverbintenis een correctie voor de tijdswaarde van het geld op te nemen. Indien we geen financieringscomponent hadden toegepast voor de resultaatsverbintenis gerelateerd aan de filgotinib overeenkomst, dan zou dit geleid hebben tot een vermindering van de intrestkosten met €6,8 miljoen, een afname in de erkenning als opbrengst van €11,8 miljoen en een afname in korte en lange termijn over te dragen opbrengsten van €4,9 miljoen voor het jaar eindigend op 31 december 2019.